América Central Oeste

Na even geshockeerd te zijn geweest in Costa Rica vanwege de Amerikaanse toestanden (lees: food malls, surfshops, McDonald’s, retedure supermarkten en een overspannen toeristenbusiness), ben ik van de week gearriveerd in Panamá. Costa Rica heb ik in slechts één week gedaan, met als hoogtepunt Cahuita aan de Caribische kust. Een zeer laidback plaatsje met ‘lazy businessmen’, mooie stranden en een prachtig nationaal park.

Panamá is weer zoals het hoort. Zeer aardige mensen, overweldigende natuur en een atmósfera tranquila. Archipiélago de Bocas del Toro valt precies in deze beschrijving en er is dan ook geen reden om weg te gaan. Surfen, vissen, strandjes en cuba libres tot je erbij neer valt! Gelukkig mag ik mezelf als laatste bestemming nog trakteren op het ultieme paradijs: Archipiélago de San Blas.  De Kuna-indianen, de oorspronkelijke inwoners van Panama, leven hier op de vele kleine eilandjes zoals ze al honderden jaren gedaan hebben. Betalen kan daar ook met kokosnoten (4 voor een drankje). Natuurlijk nog even het Panama-kanaal beschouwen, om daarna af te sluiten in Casco Viejo in Cuidad de Panama.

Het is plannen nu (niet mijn stijl), nog maar negen dagen te gaan! 6 augustus sta ik ‘s ochtends om 08:20 weer op Schiphol!

Meerrr fotootjes

Foto’s!

Duiken

Zoals gewoonlijk blijf ik op de meeste plekken veel langer dan ik vantevoren me had voorgenomen. Zo ook op Isla de Útila, of gewoon Utila, een klein eiland ten noorden van Honduras. Net vertrokken uit het laatste paradijs in Guatemala, Río Dulce, brengt de veerpont vanuit La Ceiba me binnen een uur naar Utila Town. Vanwege het Brits verleden praat men hier geen Spaans, maar Engels dat niet goed te verstaan is. Het klinkt als een vorm van Engels met een Australisch accent, maar dan op een Carribische manier. Ongeveer.

Vijf dagen naar Utila, even een duikcursus doen bij een van de vele duikscholen op het eiland. Al bij aankomst wordt ik door iedere duikschool aangesproken of ik niet bij hen wil komen duiken. Het wordt Utila Dive Center, en ze laten me meteen met een dik theorieboek het kantoortje weer uitlopen. Eerst twee theoriedagen, dan pas duiken? Het blijkt niet meer dan 5 voorlichtingsfilms kijken met slechte humor erin. Daarna meteen het warme heldere water in. Alles blijkt ‘eassi!’. Ik zie een visje hier, een kreeftje daar en nog een schildpad! Schitterend rif. Met een PADI-diploma op zak ga ik meteen maar het echte duiken uitproberen. Bij Cayos Cochinos mag ik mijn eerste zelfstandige duik doen met mijn duikbuddy. Goed bijelkaar blijven. Er ligt een vliegtuigwrak op de bodem, waarschijnlijk neergestort na een drugsrun boven Honduras. Erg mooi om te zien.

‘Morgenochtend pak ik de boot terug naar La Ceiba’, de grootste van de drie fameuze leugens van Utila. Dat zei ik ook, twee dagen geleden. ‘s Avonds een paar biertjes in het café met een dansje, een zonsondergang op het strand, verse vis op de barbecue, nog een keertje snorkelen. Ondanks dat ik al ver achter lig op mijn voorgenomen reisschema, blijf ik nog maar even hangen op dit mooie eilandje.

Kippenbus

‘¡Amigo, amigo, ascenso!’, roept het hulpje van buschauffeur, terwijl hij de rugzak op het dak van de chickenbus smijt. De bus lijkt al vol, maar ik besluit op zijn aanwijzen toch maar gewoon in te stappen; via de achterdeur, ik pas er net in.
Lees verder

Meer fotootjes

Wederom een snelle willekeurige selectie van foto´s.

Van Cobán naar Huehuetenango

Terug in Cobán, na wat omzwervingen, werd het tijd om me langzaam naar Quetzaltenango (Xela) te gaan begeven voor dat ene weekje Spaanse les. Je kunt via Antigua gaan met slechts 2 bussen (rondje zuid-oost), maar dan mis je wel de Cordillera de los Cuchumatanes (Western Highlands). Dus ik pak de eerste minibus naar Uspantán samen met Neill uit Wales.

Eenmaal een uur onderweg komen we aan bij een gigantische aardverschuiving, die in eerste instantie plaatsvond in januari, maar nog geen week geleden opnieuw verschoof (regenseizoen is begonnen!). Geen doorgang met de bus. Te voet verder dus, volledig bepakt. Eerste poging: na enkele meters moeten we een modderrivier oversteken, terwijl op de achtergrond de stenen al vallend veel nieuwe modder aangevoeren. Opeens gaat het allemaal schuiven stroomopwaarts, dus iedereen maakt zich uit de voeten, terug naar het beginpunt. Neill ziet het niet zitten (als twintiger had ie het wel gedaan, hij is nu 30) en gaat terug naar Cobán, ik besluit om het nog eens te proberen. Per slot van rekening doet iedere Guatemalaan precies hetzelfde. Poging twee: de rivier bedaard weer enigszins, en met veel moeite, en veel modder in mijn schoenen, bereik ik de overkant. Nog 500 meter aardverschuiving te gaan. De stenen blijven maar rollen met veel lawaai, dus ik loop meteen door. Steil klauterend, met angstzweet, bereik ik na een uur de overkant. Blij dat ik er ben. De Maya´s kijken lachend toe hoe een gringo vermoeid op de grond neerploft.

El Mirador

De komende week zal ik in de jungle verblijven, 6 dagen te voet op weg naar een afgelegen voormalige Maya-stad, El Mirador. Het zal vooral zweten worden, want het is ook hier in Guatemala hopeloos warm af en toe. Maar de tempels en de jungle zelf maken het absoluut waard om te gaan!

Tot later!

Update: Bekogeld door apen, aangevallen door teken, lekgeprikt door muggen. Ondanks dat was het een indrukwekkend ontdekkingstocht en ben ik nu weer veilig terug in Flores.